Menno
Menno OMT Specials 5 april 2014

Van iMac naar iPhone: Apple’s digital hub voor de 21ste eeuw

Of je het nu om de wearable iBand of over CarPlay hebt, over iBeacons of over AirPlay: Apple voorziet een grootste toekomst voor je iPhone als digital hub waarmee al deze apparaten verbinding maken. Je hebt ‘m altijd bij je, hij staat middels snel 4G of WiFi in verbinding met het internet, heeft een krachtige 64-bitsprocessor en dito UNIX-kernel (iOS, wat niet meer is dan een afgeslankte versie van OSX) en is door een brede doelgroep gemakkelijk te bedienen.

Tijdens MacWorld 2001 onthulde Steve Jobs de digital hub-strategie van Apple met destijds nog de iMac in de hoofdrol; de desktop computer als bewerkingsplatform en schakelstation van de diverse foto- en videocamera’s, PDA’s en muziekspelers van die tijd. Toen de iPad doorbrak werd die strategie licht gewijzigd en sprak Jobs tijdens de D8 Conference tegen Walt Mossberg over cars (gewone auto’s voor het dagelijks leven, lees: de iPad) en trucks (zware pickups voor het echte rekenwerk, lees: de iMac). Met de komst van wearable devices wordt de iPhone de nieuwe digital hub, maar stelt nogal wat eisen aan het toestel. Is het apparaat daar klaar voor? Is Apple er klaar voor? Is de wereld er klaar voor?

Wall huggers

Recentelijk noemde BlackBerry CEO John Chen (wie?) iPhone gebruikers spottend ‘wall huggers’, omdat de accuduur van de iPhone naar zijn mening zo bedroevend is dat gebruikers altijd in de buurt van een stopcontact te vinden zouden zijn. Nu is BlackBerry wel het laatste bedrijf dat Apple mag bekritiseren om haar strategie – het te laat en te slecht reageren op de iPhone bracht de voormalig marktleider aan het randje van de afgrond – maar Chen’s opmerking zou niet zo’n pijn doen als deze niet een kern van waarheid bevatte: iOS is een efficiënt besturingssysteem en de iPhones laten de meeste Android smartphones qua prestaties achter zich op hun twee zuinige processorcores, maar veel gebruikers halen het eind van de dag qua accuduur niet. Mezelf incluis. In een recente OMT uitzending vertelde Jan-David dat hij het zo leuk vond dat zijn iPhone na het aanzetten van alle locatievoorzieningen wist welke locaties hij vaak bezoekt, en op basis daarvan voorspellingen deed over het weer op de plaats van bestemming. Nou vooruit, dacht ik. Ik ben er klaar mee om voortdurend gebashed to worden door LG Nexus 5 gebruikers met Google Now, waarvan hun smartphone voortdurend weet waar ze zijn, hoe druk het is op de weg naar hun bestemming, hoe lang ze over hun reis doen en of er niet een snellere route via OV, te voet of met de auto beschikbaar is. Dus: aanzetten die geolocation functie van het iPhone-systeem. Dat heb ik geweten: na ’s ochtends een uurtje forensen met een audio-podcast op mijn hoofd was de accu van mijn iPhone 5 (dus geen 5s, deze heeft een iets betere accu) gedaald tot 70%, en voor mijn terugreis aan het eind van de middag was deze – ondanks licht gebruik met het scherm op halve helderheid – leeg. Ik heb het een weekje volgehouden, en na een week wist het toestel dat ik in Haarlem woon en in Rotterdam werk. Het weer was gek genoeg meestal hetzelfde op beide plekken, maar daar kan de iPhone gelukkig niks aan doen.

Van anekdotisch bewijs van één gebruiker met een 1,5 jaar oude iPhone5 leren we niets, maar dit licht absurde voorbeeld dient wel om twee punten te maken:

  1. De iPhone schreeuwt om een accu met een grotere capaciteit.
  2. De reden dat mijn iPhone me niets te vertellen heeft, is omdat het apparaat bijna niets van mij weet.

Als ik daar toestemming voor geef, moet Apple mij op een vertrouwenwekkende en sympathieke manier van nuttige informatie kunnen voorzien op basis van mijn gebruik.

1. Grotere accu

Stel je voor: ook al blijft de iPhone6/Air dualcore, dan nog moet de accuduur om hoog. Ik zat de denken aan zo’n 2500 mAh, ongeveer 50% meer ten opzichte van de capaciteit van de iPhone 5s. En aangezien zich geen revoluties in batterijtechnologie hebben voltrokken, moet de behuizing worden vergroot. Dat moest sowieso, omdat het schermdiagonaal wordt uitgebreid naar zo’n 4,3 tot 4,7 inch. Om jezelf een beeld te geven hoe dat eruit zou kunnen zien verwijs ik naar het fraaie metalen industrial design van de HTC One (mini), wat ik veruit het fraaiste Android toestel vind dat je kunt krijgen. Alleen jammer dat er Android op draait.

De iPhone kan door zijn toegenomen schermdiagonaal ook gerust een paar millimeters dikker worden zonder dat het apparaat er slecht geproportioneerd uitziet. Het zal ook wel moeten, want een groter scherm betekent meer pixels die moeten worden aangestuurd, wat om meer stroom vraagt. Wellicht is Sharp in staat is om een klein IGZO-paneel te produceren voor de nieuwe iPhone, dat een goede helderheid combineert met redelijke zwartwaarden en een laag stroomverbruik. Een bijkomend voordeel van een ‘dieper’ chassis is dat Apple nu optical image stabilization kan inbouwen om fotograferen bij weinig licht te verbeteren. Het bedrijf heeft met de sensor van de iPhone 5s de grenzen van het technisch haalbare nu wel zo’n beetje opgezocht, maar de camera kan en moet beter, met name bij weinig licht. Als het toestel dan ook nog 1 Gb extra RAM-geheugen zou krijgen (2 Gb totaal), ben ik helemaal blij. De oplettende lezer heeft nu wel begrepen dat de schrijver dezes toe is aan een nieuwe iPhone. Ik ben hoopvol dat Apple veel items zoals genoemd onder punt 1. – of op z’n minst een groot deel ervan – kan realiseren in najaar 2014.

Dit was het makkelijke deel. Nu het moeilijke stuk.

2. Een slimmere iPhone

Ik voel mij veilig in het Apple ecosysteem, en vele gebruikers met mij. Apple is geen charitatieve instelling en is aan het einde van de dag gewoon op mijn geld uit, dus ik koester mijzelf geen illusies. Maar ik geef graag geld uit aan mooie hardware met software die daar fraai op aansluit. Ik betaal meer voor mijn hardware dan de gebruiker van bijvoorbeeld een Chromebook, maar mijn 15″ retina MacBook Pro is zo mogelijk de beste laptop die er bestaat. Daarbij is mijn Mac geen trojaans paard dat al mijn e-mails leest, en mijn zoekgedrag op internet te behoeve van advertentiedoeleinden naar Google doorseint.

Apple is als een wat gesloten, introverte, maar sympathieke vriend die mijn vertrouwen slechts zelden beschaamt, mijn gegevens beschermt en niet achter mijn rug om aan de hoogste bieder verkoopt.

Het is alleen wel een beetje een dommige vriend. Voorbeeldje?

  • Na de mislukte pogingen genaamd .Mac en MobileMe is er nu iCloud: het was een drama en het is nu redelijk. Het synchroniseren werkt tenminste, en dat is al heel wat.
  • Een app zoeken in de AppStore: zorg maar dat je de juiste combinatie van trefwoorden weet: want anders ga je niet zoeken wat je wilt vinden. En dat terwijl zoeken op de Mac nog wel zo briljant is!
  • Siri verstaat mij goed maar heeft mij weinig te melden: het wordt haar al snel te moeilijk en vervolgens biedt ze een websearch aan. Dank, maar dat kan ik zelf ook nog wel.
    Oja: voor elk wissewasje heeft ze een internetverbinding nodig.
    Dat was vroeger helemaal niet zo: de voice assistant van iOS 5 en 6 werkte lokaal op mijn iPhone.
    En vaak nog beter ook. En in het Nederlands.
  • iWork in the cloud is Apple’s tweede poging tot online (cooperative) desktop publishing, maar het oordeel of de dienst een succes is hangende. Ik vrees het ergste.
    Mijn iCloud documentenverzameling is sowieso een rommeltje. Waarom?
    Ik kan geen mappen aanmaken.

Deze en andere problemen hebben een gemeenschappelijke oorzaak: Apple is slecht in online services en heeft simpelweg niet genoeg talent in huis om deze vitale competentie onder de knie te krijgen. En als mijn digital hub – mijn iPhone – wel de rekenkracht maar niet de data heeft om mij van nuttige informatie voor mijn drukke leven te voorzien,
weet ik niet waar de toekomst van de iPhone ligt.

Apple heeft een goede stap gezet door spraakherkenningsbedrijf Novauris over te nemen zoals deze week bekend werd. Met Novauris kan Siri verbeterd worden, maar ook CarPlay, merkte OMT-redacteur Raymon terecht op, en daarmee is de cirkel van de digital hub weer rond. Maar dan moet Siri wel iets te vertellen hebben. De assistent moet gevoed worden gegevens uit mijn online surfgedrag, de informatie op mijn toestel (bijvoorbeeld uit mijn agenda) en mijn locatiegegevens – als ik daar tenminste toestemming voor geef.

Yahoo! + Apple = ?

Vorige week gooide TWiT-presentator en blogger Mike Elgan een bekende steen in de vijver: Apple moet Yahoo! kopen. Ik ben er nog niet helemaal uit of het een goed idee is – Apple koopt al uitstekende weer- en aandeleninformatie van Yahoo en de iPhone is de populairste smartphone op Flickr (eigendom van Yahoo) – maar ik weet wel dat er iets moet gebeuren. Apple’s webdiensten zijn ondermaats en dat kan het bedrijf zich anno 2014 niet langer veroorloven.

Niet alleen levert de denkbeeldige aankoop van Yahoo! ($37 Mld, dat is klein bier voor Apple) zoekgegevens van 183 miljoen unieke bezoekers op per maand (tel daar Apple’s eigen 62 miljoen bezoekers bij op en het bedrijf streeft Google met 187 miljoen ver voorbij), het garandeert Apple van een stroom aan hoogwaardige informatie over wat haar gebruikers interessant vinden en wie zij zijn. Die gebruikers kunnen natuurlijk aan adverteerders worden verkocht, maar als Apple slim is filtert het de gegevens van haar eigen gebruikers eruit: die worden aangewend voor Siri. En voor CarPlay. En iTunes. En Apple Maps. En de mogelijk toekomstige iBand companion-app HealthBook. En meer.

Heb je zelf ideeën over hoe Apple ‘slimmer’ te maken is? Moet Apple zich eigenlijk wel wagen aan zo’n dure aankoop of kan het ook anders? Is er eigenlijk wel een probleem? Zoja, mag Apple discrimineren en de surfgegevens van haar eigen klanten vertrouwelijk behandelen en die van de overige bezoekers verkopen aan marketeers? Of heeft Apple een imago hoog te houden en moet het bedrijf hier verre van blijven? Laat je stem horen!

Reageer op artikel:
Van iMac naar iPhone: Apple’s digital hub voor de 21ste eeuw
Sluiten