Koen van Tongeren
Koen van Tongeren Nieuws 5 juli 2011

Final Cut Pro X: hit, miss or maybe? (deel 3: conclusie)

Final Cut Pro X zet volgens Apple de standaard in het nieuwe monteren. Het is helemaal opnieuw opgebouwd en barst uit z’n voegen van de nieuwe functies. In de afgelopen week hebben we op een rij gezet wat de grootste vernieuwingen en/of verbeteringen van het programma zijn. Ook keken we naar de grootste ongemakken en gemissen.

Daarmee wordt het nu tijd voor de conclusie: is Final Cut Pro X een hit, een misser of een work-in-progress?

Vraag het een pro en je krijgt al snel het idee dat Final Cut Pro X een aanfluiting is. Het programma wordt al iMovie Pro genoemd. Apple zou geen oog meer hebben voor de échte professional. Inderdaad, het moet gezegd worden: er is zoveel tijd en aandacht gestopt in de nieuwe interface en de interactie bij het monteren in de tijdlijn of het spotten in de bibliotheek dat je je afvraagt of je nog wel pro moet zijn om het programma te kunnen gebruiken.

Toch zijn alle gereedschappen aanwezig die in iMovie ontbreken maar die onmisbaar zijn voor een professionele Final Cut editor. Goed, het kost tijd om ze opnieuw aan te leren, maar op een enkele uitzondering (zoals multicam-ondersteuning) na kan een professionele editor al zijn creativiteit kwijt in het programma. Vaak meer dan in Final Cut Pro 7. Met compound clips wordt een project overzichtelijker, de magnetische tijdlijn en clip connections zorgen ervoor dat je geen tijd kwijt bent aan het herstellen van knip- en plakfouten en met auditions is het veel eenvoudiger gemaakt om te experimenteren met bronmateriaal. Last but not least: alleen de tijdsbesparing door bijvoorbeeld de 64-bit architectuur en achtergrondrendering maakt het de investering in het leren van de nieuwe interface waard.

Wie klaagt over het niet kunnen importeren van projecten uit Final Cut Pro 7 moet zich realiseren dat dit technisch nagenoeg onmogelijk is. Alles is anders in versie X: van de manier waarop materiaal in de bibliotheek verzameld wordt tot de opbouw van clips in de tijdlijn. Het maken van een vertaalslag van oud naar nieuw zou simpelweg teveel tijd (en daarmee geld) gekost hebben voor Apple en dat is zonde. Final Cut Pro 7 blijft immers gewoon werken. Oude projecten kunnen dus afgemaakt worden. Nieuwe projecten begin je vervolgens in Final Cut Pro X en binnen no-time is de transitie van oud naar nieuw gemaakt.

Toch zijn er wel degelijk een aantal problemen met Final Cut Pro X, variërend van klein tot onvergefelijk. Met name het ontbreken van XML support valt niet goed te praten in de wetenschap dat omroepen, filmstudio’s en andere productiebedrijven die Final Cut gebruiken er van afhankelijk zijn om montageprojecten te kunnen doorsturen naar andere afdelingen voor bijvoorbeeld kleurcorrectie, audiobewerking of ondertiteling.

Apple heeft direct kort na de uitkomst van Final Cut Pro X beloofd dat XML-support in aantocht is, net als ondersteuning voor multicam en bepaalde grafische kaarten en tape-decks. Waarom zulke belangrijke functies niet direct zijn ingebouwd is een raadsel. Ondertussen heeft het sommige professionals in de armen gedreven van concurrenten Adobe en Avid. Zij zijn eerder uitgekomen met updates van hun professionele montage-software, weliswaar gebaseerd op de traditionele non-liniaire tijdlijn, maar met ondersteuning van functies die voor een kleine groep professionals onmisbaar zijn.

Dat is zonde, want wie even in Final Cut Pro X duikt merkt al snel dat we hier te maken hebben met de toekomst van video-montage. In plaats van telkens nieuwe functies toevoegen aan een basis die altijd het zelfde blijft heeft Apple gekeken naar wat een editor écht nodig heeft: een manier om razendsnel clips uit grote hoeveelheden bronmateriaal te halen, een interface om dit materiaal moeiteloos samen te voegen en een bibliotheek aan filters, effecten en generators om tot een mooi eindresultaat te kunnen komen. Dat is de basis geweest voor de architectuur van Final Cut Pro X.

Het programma is duidelijk nog niet klaar, maar veel professionals kunnen er nu al mee vooruit. Camjo’s, videographers en zelfstandige filmmakers die niet afhankelijk zijn van een workflow met andere soft- of hardware hebben aan Final Cut Pro een video-editor die zeer voordelig, razendsnel en eenvoudig te bedienen is. Wie gebruik maakt van multicam of wie in zijn dagelijkse workflow afhankelijk is van XML ondersteuning moet wachten, niemand weet echter hoe lang.

Op basis hiervan concluderen dat Apple de professionals niet langer interessant vindt lijkt voorbarig. Eerder zou beweerd kunnen worden dat men in Cupertino ziet hoe de markt voor audiovisuele nabewerking verschuift van grote logge organisaties naar individuele professionals die steeds meer zelfstandig werken aan producties van zichzelf of anderen. Die professional heeft laagdrempelige, betaalbare maar tegelijkertijd veelzijdige software nodig.

Steve Jobs haalde ooit (in een andere context) auto-pionier Henry Ford aan die zei: “Als ik mensen had gevraagd wat ze wilden zouden ze zeggen: snellere paarden.” Die gedachte is overgenomen door de makers van Final Cut Pro. In plaats van een nieuwe versie van het oude Final Cut Pro, met meer toeters en bellen, is gekeken of het programma in zijn geheel niet naar een nieuw en onbekend niveau gebracht kon worden. iMovie was de proef op de som, op de zelfde manier dat de iPhone voor de iPad kwam. Apple heeft een fout begaan door een professioneel programma uit te brengen voordat alle functies op hun plek zaten, maar het afdoen van Final Cut Pro X als een opgepimpte versie van iMovie is het zelfde als een Ferrari afdoen als ‘een paard zonder benen’.

Dit is deel 3 van een driedelige serie over de vernieuwingen en het gemis in Final Cut Pro X. Eerder verscheen:
– deel 1: vernieuwing
– deel 2: missers
deel 3: conclusie

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Final Cut Pro X: hit, miss or maybe? (deel 3: conclusie)
Sluiten