Rene Bouwmeester
Rene Bouwmeester OMT Specials 27 februari 2011

Goodbyepad

De man die zojuist met zachte hand de bel had doen klingelen in de hal had het onmiskenbare voorkomen van een biologieleraar: het weerbarstige haar in een moeizame scheiding gekamd, de bril met hoornen montuur net niet recht op de neusbrug geplaatst, de pluizige gezichtsbeharing gelijk het landschap rond de Oostvaardersplassen na een uitzonderlijk strenge winter. Licht voorovergebogen stond hij in de regen. Hij gaf een slappe, wat klammige hand. “Ik kom voor de iPad… Op Marktplaats… Ik heb u vanmorgen gebeld.”

De iPad in kwestie lag al enige weken onaangeraakt bovenop de piano, halfverscholen onder het huis-aan-huisblad, een vaktijdschrift, twee ongeopende rekeningen, een nagekomen vakantiekaart en een handgeschreven notitie van de glazenwasser die attent mededeelde dat de dakkapel weer glom als nooit tevoren. Amper acht maanden oud en nu al worstelend met de vergetelheid. Het kon verkeren…

Toen het felbegeerde kleinood eindelijk was gearriveerd, na een weeklange reis over de oceaan en een schimmig verblijf van nog eens een week bij de douane op Schiphol — beelden van potige douaniers die begerig met vettige vingers de doos betastten gleden dagelijks voor het geestesoog — werd het fluks met van opwinding trillende vingers uit de luxe omdoos getild. Een snelle vingerdruk op de aan/uit-knop deed een bescheiden helder wit appeltje in het midden van het scherm verschijnen — en luttele seconden later verscheen reeds de merkwaardige achtergrondafbeelding met de vallende sterren die het hart een weinig deden overslaan in de trompe-l’oeil van een bekrast scherm. Het wachten was voorbij.

Weken van grote opwinding volgden. Vol overgave werd er geswiped en gepincht. De App Store werd naar hartenlust geplunderd: apps werden gedownload, ebooks aangeschaft, digitale krantenabonnementen afgesloten, tijdschriften binnengetrokken, foto’s gesynchroniseerd, films bekeken. In het café werd het apparaat liefdevol bepoteld door dames van diverserlei kunne, hun wederhelften in de duistere krochten van het etablissement gramstorig en tandenknarsend achterlatend. Op de bank werd met overgave gesurft en het sociale netwerk bloeide als nooit te voren.

En toen… Toen kwam de klad. Erin, welteverstaan. Toen na een aantal weken stoeien met het nieuwe speeltje de nieuwigheid er wel zo ongeveer vanaf was gewreven, bleef het steeds vaker verweesd achter. Op de tafel. Op de bank. En uiteindelijk zelfs op de piano. Met toenemende frequentie kwam het voor dat hij niet mee mocht: op hotel, naar een klant, naar het café.

Hij was te groot, te lomp, te zwaar: de extra ballast ten opzichte van de iPhone 4 die zich behaaglijk in de binnenzak had genesteld werd nauwelijks gecompenseerd door extra functionaliteit. Na enkele maanden had bovendien de 11-inch MacBook Air zijn intrede gedaan, die welbeschouwd niet eens zo heel veel groter en zwaarder was — en behoorlijk meer te bieden had. Maar was het dan enkel de bescheiden omvang van het jachtgebied tussen iPhone en Air dat de iPad in onbruik deed geraken?

In de loop der tijd waren de eerste irritaties in het gebruik geslopen. Het voortdurende gesynchroniseer met iTunes bijvoorbeeld. Het had iets merkwaardigs om het apparaat voortdurend aan een touwtje te moeten hangen — en bij iets eenvoudigs als het overzetten van een document, liedje, foto en filmpje kreeg je geheel gratis een tijdrovende backupprocedure cadeau. Natuurlijk: er waren best work-arounds. iWork.com. Dropbox. Mailen. Maar een jaar na dato was het apparaat dat zich er zo op voor liet staan altijd en overal online te zijn nog immer geketend aan een computer.

En dan die Apps… Na een vreugdevolle start was de App Store alras verworden tot een schier ondoordringbaar woud van applicaties die vooral hetzelfde deden: als je alle apps die claimen de mens te assisteren bij ‘getting things done’ zou willen evalueren, kwam je al snel helemaal nergens meer toe. Eindeloze lijsten met applicaties waarmee je lijstjes kunt maken, maar de echte ‘killer apps’ lieten zich vooralsnog op één hand tellen.

In de guidelines voor ontwikkelaars pleitte Apple ervoor om apps zoveel mogelijk van een 3D-weergave te voorzien die appelleert aan de werkelijkheid — en nam daarvoor zelf enthousiast het voortouw, met bizarre resultaten als gevolg. Van het nepleder in iCal tot oma’s gepolitoerde wortelnoten navigatiebalk van Pages: de bonte metaforenkermis op scherm leek lichtjaren verwijderd van de gebruikelijke ‘understated’ esthetiek waarvan het bedrijf zich doorgaans bediende. Soms was de nieuwe beeldtaal ronduit onzinnig: wie had bijvoorbeeld verzonnen dat het een goed idee zou zijn om iBooks te voorzien van een interface die op een opengeslagen boek moest lijken, waarbij bij het aantal zichtbare pagina’s voortdurend hetzelfde blijft, ongeacht waar de lezer zich in het boek bevindt?

Met het verstrijken van de tijd was de ware achilleshiel van de iPad echter allengs duidelijker geworden: het apparaat was functioneel analfabeet. Lezen was niet bepaald een plezier: de relatief grove resolutie van het scherm maakte de weergave de diverse lettertypen rafelig en onscherp. En schrijven… Tja, schrijven. Het op het scherm geprojecteerde soft-keyboard decimeerde het aantal succesvol ingevoerde woorden per minuut en kwadrateerde het aantal tikfouten. Elementaire leestekens moesten worden ingevoerd door het onnodig lang vasthouden van een toets, of — erger nog — via een tweede toetsenbord dat via een ‘sneltoets’ op het eerste naar voren kon worden gehaald.

Niet lezen dus… En niet schrijven. En niet teveel webbrowsen, want meer dan twee openstaande tabs in Safari kon het beperkte geheugen van een iPad niet verwerken en leidde tot voortdurend opnieuw laden van reeds geopende pagina’s. De krant die dagelijks op het iPad-scherm verscheen was na een half jaar druistig ontwikkelen nog niet veel verder dan een onleesbare weergave van het gedrukte exemplaar, die na moeizaam klikken in een popover artikelen zonder structuur en opmaak deed verschijnen. Ook tijdschriften bleven veelal trouw aan hun oorspronkelijke opmaak, met eindeloos inzoomen als gevolg. Enige meerwaarde in de vorm van bijvoorbeeld interactieve infographics, het weergeven van nieuws dat na het drukken van de papieren editie naar boven was gekomen of het ontsluiten van het digitale nieuwsarchief schitterde vooral door afwezigheid.

Was er dan werkelijk niets? Oh, zeker wel… Bij vriendenbezoek kon het nageslacht in de leeftijd van 2 tot 18 jaar zich eindeloos vermaken met een enorm arsenaal aan kleurrijke spelletjes. Met vogels bijvoorbeeld. Of met varkens. En ook de huispoezen beleefden mateloos veel plezier aan het najagen van een over het scherm flitsende virtuele muis. Maar welbeschouwd was een iPad in praktijk toch daadwerkelijk vooral een iPhone die net wat moeizamer in de de binnenzak paste — en waarmee je niet kon bellen. Jack of all trades, master of none.

Natuurlijk: bijna alles wat je in het digitale domein zou willen uitspoken kon ook best op een iPad. Maar dan net wat moeizamer. En met een omweg. Of twee. En juist die omwegen waren de reden geworden dat de iPad, gereed om met één vingerbeweging tot actie te komen, op de piano was beland en bedolven was geraakt onder wat — o, zachte ironie — de laatste stuiptrekkingen van authentiek druk- en schrijfwerk moesten zijn.

Tijdens het passeren van deze mijmeringen had zich aan de overzijde van de keukentafel van de leraar Biologie een grote begeestering meester gemaakt. Hij was een geheel ander mens geworden: de rug gerecht bewoog hij met steeds groter enthousiasme zijn vingers over het scherm. Uit hem kwam zachte geluiden naar boven, die — zijn gereserveerde voorkomen indachtig — van grote opwinding moesten getuigen. Zo nu en dan beroerde een spits puntje van zijn tong zijn bebaarde mondhoeken. Vanachter de forsbemeten brillenglazen priemde een manische blik, die niet anders te duiden viel dan als acute technolust.

De man telde jubelend vier biljetten van 100 euro neer en gaf stralend een hand, die zo mogelijk nog vochtiger was dan een kwartier daarvoor. Met verende tred liep hij de kamer uit, de gang door, de straat op. Hem nakijkend viel er zowaar een klein huppeltje te ontwaren.

Reageer op artikel:
Goodbyepad
Sluiten