Jorg
Jorg Nieuws 1 mei 2010

Adobe vs Apple en waarom de “Free Software”-reactie weinig toevoegt

De open brief van Steve Jobs over de  hoog oplopende discussie over het gebruik van Flash op de iPhone en iPad heeft een een storvloed aan reacties tot gevolg gehad, sommige uit onverwachte hoek. Uiteraard was daar de CEO van Adobe, die meende dat Apple vooral uit was op het creëren van rookgordijnen teneinde het eigen platform te beschermen, en voegde daar zelfs fijntjes aan toe dat het slechte presteren van Flash op de Mac vooral te wijten was aan het OS zelf.

Ook uit de hoek van Microsoft kwam een reactie. Het hoofd van de Internet Explorer-groep plaatste een artikel, waarin ook hij zijn voorkeur uitsprak voor het gebruik van HTML5 en H.264 voor het weergeven van video op een website (hoewel hij zijn post politiek-correct afsluit met de melding dat op dit moment Flash nog wel een vereiste is voor een volledige web-ervaring, verbaasde ik me erover dat er met geen woord gesproken werd over Windows Media of VC-1 als video-codecs, of Silverlight als platform voor interactieve webapplicaties).

Gisteren verscheen ook de reactie van John Sullivan van de Free Software Foundation. Hij verweet Steve Jobs een “pot verwijt de ketel”-houding, omdat de technologieën van Apple volgens hem minstens zo gesloten zijn als die van Adobe, en dat daarmee de brief van Jobs geen stand houdt. Wat volgt is een lange -en bekende- stroom woorden over de zegeningen van open software, en hoe alternatieve platforms als Linux een manier zijn om uit de “proprietary” werelden van Adobe en Apple te kunnen ontsnappen.

Hoewel Apple-adapten vaak verweten wordt aan een vorm van tunnelvisie te lijden, was dit betoog van Sullivan voor mij wedrom een bevestiging dat men er aan de andere kant van het hek ook wat van kan. Hoewel ik sympathie kan opbrengen voor de motivaties van Sullivan, slaat hij met zijn conclusies de plank mis.

In zijn betoog zegt hij ondermeer dat overal waar “Adobe” en “Flash” staat, je ook “Apple” en “iPhone OS” kan lezen. Volgens mij gaat de kern van discussie echter niet over de geslotenheid van een OS, of het al dan niet kunnen installeren van applicaties buiten een gecontroleerde App Store om. Het gaat hier om gesloten “runtimes” en “middleware oplossingen”. Dit zijn technologieën waarbij er een vertaalslag gemaakt wordt tussen een programma en het platform waarop dat programma moet draaien. In dat geval wordt er niet direct voor een specifiek platform ontwikkeld, maar moet deze tussenoplossing ervoor zorgen dat het programma ook op andere platforms gebruikt kan worden.

Steve Jobs noemt in zijn post een aantal redenen waarom dat niet wenselijk is, waarbij het “free”-argument een ondergeschikte rol speelt. Technische motieven wegen hoogstwaarschijnlijk zwaarder. Apple wil gewoon niet dat er apps gemaakt worden met tools waarvan het de toekomstige ontwikkeling en compatibiliteit (en bijvoorbeeld slagvaardigheid bij het omarmen van nieuwe API’s) niet kan garanderen. Zaken die direct effect zouden hebben op de gebruikerservaring van klanten.

Dat laat niet onverlet dat er voordelen zitten aan het gebruik van open software en open standaarden. Zaken als uitwisselbaarheid en het jezelf niet afhankelijk willen maken van één leverancier zijn goede argumenten. In een ideale wereld, zoals geschetst door open source-adepten, zou alle software volledig “open” moeten zijn.

Maar we leven niet in die ideale wereld.

Voor menig voorstander van open source geldt dat het feit dat een product open source is, belangrijker is dan hoe het product werkt. Sterker nog: Juist alle open-source principes (zoals niet proprietary willen ontwikkelen voor één enkel OS, programma’s moeten kunnen worden gecompileerd op elke platform naar keuze) leiden er toe dat ik geen enkel open source product ken wat ook maar enigszins in de richting komt van de kwaliteit van de producten, programma’s en diensten die Apple heeft gecreëerd. Waarin met grote aandacht voor detail, stijl en gebruikersgemak alles wat maar met bits en bytes werkt naadloos op elkaar is afgestemd. En waarbij dat leidt tot prachtige producten die mij een ongeëvenaarde gebruikerservaring geven.

Sullivan van de Free Software Foundation concludeert tegen het einde van zijn artikel:

Fortunately, the way out of the Adobe vs. Apple cage match is straightforward, and exists already: free software operating systems like GNU/Linux with free software Web browsers, supporting free media formats like Ogg Theora.

Dit getuigt van een onvermorgen om te inventariseren hoe gewone mensen echt met technologie willen werken.

Er is geen vergelijkbaar alternatief voor de Mac, niet voor de iPhone, niet voor de kwaliteit van de apps in de App Store, niet voor het aanbod op iTunes, niet voor de functionaliteit van de iPod, en zeker niet voor de gecombineerde ervaring van al deze producten. Dat je niet in de source code kan rommelen intereseert gewone gebruikers niet. Dat er geen programma’s buiten de App Store om op de iPhone geïnstalleerd kunnen worden, zal de meeste gebruikers ook een zorg zijn.

En dan hebben we het nog niet eens over de ietwat technische discussie over video-standaarden, waarbij de open source gemeenschap vast blijft houden aan obscure codecs als Ogg Theora en Vorbis, alleen maar omdat het betalen voor patenten volgens open source aanhangers uit den boze is, terwijl de hele industrie zich heeft gestandaardiseerd rond H.264.

Als ik voor een volledig open source alternatief zou kunnen kiezen, met alleen maar open componenten, open codecs en open distriutieplatforms, en dit alles zou een zelfde kwaliteitsniveau hebben, een zelfde software en media-aanbod en een zelfde perfecte integratie, dan zou ik die overstap zeker overwegen. Nu is er simpelweg geen alternatief, en al helemaal niet uit de open source-hoek.

De meeste mensen die weten wat open source inhoudt, zullen sympatiek staan tegenover de beweegredenen van de voorstanders ervan. Ik doe dat ook. Maar het puur kapitalistische, gesloten systeem van die ene leverancier biedt ze gewoon producten die magnitudes beter zijn dan wat er in het free software-kamp te vinden is. Hoe moeilijk het is om het niveau van Apple te naderen blijkt wel uit het feit dat zelfs veel andere grote commerciële partijen hier grote moeite mee hebben.

Ik heb soms wat moeite met de militante houding van vertegenwoordigers uit de Free Software-gemeenschap, zoals deze meneer Sullivan. Ik snap zijn principes. Maar ik snap niet dat hij niet begrijpt dat, zolang hij en de groep ontwikkelaars die hij vertegenwoordigd niet met een kwalitatief vergelijkbaar alternatief komen, ze altijd op opgetrokken schouders bij het gros van de gebruikers zullen stuiten.

Volgens mij zijn er twee grote verschillen tussen Apple en de open source-gemeenschap:

  • Apple heeft de commerciële slagvaardigheid, en klanten die bereid zijn flinke premiums te betalen voor goede producten, geld dat weer kan worden aangewend voor onderzoek en ontwikkeling, waardoor ook echt risico’s genomen kunnen worden bij het creeren van nieuwe producten, zoals de iPad.
  • Apple beschikt over focus en visie, die leiden tot eensgezindheid in de filosofie waarop alle producten zijn gebaseerd. Dit staat in schril contrast tot de opvatting dat hoe meer “forks” van een product er worden gemaakt, of hoe meer platforms er worden ondersteund, hoe meer “vrijheid” een gebruiker heeft.

Geld en focus. Waarbij de laatste het meest doorslaggevend is voor het succes van Apple. Zolang de open source-gemeenschap niet alle neuzen één kant op kan laten wijzen, waardoor energie kan worden aangewend om producten te maken waar klanten écht op zitten te wachten, zal er aan de verhoudingen tussen open software en gesloten platformen met hun superieure gebruikerservaring weinig veranderen.

Reageer op artikel:
Adobe vs Apple en waarom de “Free Software”-reactie weinig toevoegt
Sluiten