Jorg
Jorg Nieuws 6 januari 2010

Chrome en Safari – Oorsprong, belangen en berichtgeving

De webbrowser van Google, Chrome, is aan een opmars bezig. In het ruime jaar van zijn bestaan heeft de browser zich volgens de laatste cijfers opgeklommen naar een marktaandeel van zo’n 4,6%. In het lijstje van meest populaire browsers hebben Chrome en Safari van stuivertje gewisseld bij de derde en vierde plaats. Juist dat laatste gegeven lijkt door veel nieuwssites te zijn aangegrepen als belangrijkste ontwikkeling. Dat is vreemd, en wel om verschillende redenen. Laten we hieronder eens kijken naar de grondslagen voor het bestaan van beide browsers, de belangen van hun respectievelijke makers, en hoe die belangen bij de browsers tot uiting komen.

Oorsprong van Safari

Van 1998 tot 2003 was Internet Explorer de standaard browser op elke Mac. Eén van de afspraken die Microsoft en Apple maakten bij de overeengekomen kapitaalinject van Microsoft in Apple in 1997, was dat Internet Explorer als standaardbrowser zou moeten worden geleverd bij elke nieuwe Mac. Microsoft heeft een zware tijd gehad om de achterstand op aartsrivaal Netscape in te halen, en toen het de hegemonie in de browsermarkt geclaimd had tegen het eind van de jaren ’90, viel het innovatieproces stil. Zoals gebruikelijk wanneer Microsoft niet de hete adem van een concurrent in de nek voelt, voelde het bedrijf zich nauwelijks geroepen actief aan de browser te blijven ontwikkelen. Niet alleen de Windows-versie ondervond dit gegeven, ook de Mac-versie raakte hoe langer hoe meer achterop bij de wensen van de gebruikers en het omarmen van nieuwe interface-wijzigingen en features van nieuwe OS-releases.

Apple zag deze ontwikkeling met lede ogen aan, omdat het zich realiseerde dat de Internetbrowser, een toepassing die door de jaren heen een steeds belangrijkere rol ging spelen bij het gebruik van de computer, nauwelijks nog van het kwaliteitsniveau was dat Apple-gebruikers van hun Mac verwachten. Naarstig ontwikkelde Apple een browser die wel aan deze voorwaarden voldeed, en bij de release van OS X 10.3 Panther in 2003 werd Safari de nieuwe standaardbrowser.

WebKit

De basis voor een webbrowser wordt niet alleen gevormd door de user interface, maar ook door de onderliggende technologie die zorgt voor het weergeven van de pagina’s, de zogenaamde render engine. Voortbordurend op het open source project KHTML ging Apple aan de slag met het ontwerp van een eigen render engine, die zou uitgroeien tot WebKit.

Naast snelheid zou compatibiliteit met internationaal afgesproken webstandaarden een van de pijlers van WebKit worden. Door een kwalitatief hoogstaande render engine te maken, die niet alleen in Apple’s eigen Safari-browser zou worden geimplementeerd, maar die bovendien als open source project voor andere webbrowsers beschikbaar bleef, wilde Apple het web er toe bewegen minder afhankelijk te worden van de Microsoft-specifieke webstandaarden in Internet Explorer. Immers: hoe populairder Internet Explorer zou zijn, hoe minder zorg webontwikkelaars zouden besteden aan compatibiliteit met andere browsers.

Op dit moment vormt WebKit de basis voor verschillende browsers, en vrijwel alle mobiele platformen. Naast Safari is ook Google’s Chrome gebaseerd op WebKit, en werken de browsers op bijvoorbeeld de iPhone, Android-telefoons, de Palm Pre en Pixi, Nokia’s high-end smartphones en moderne Blackberry’s op basis van WebKit-techologie.

Apple lijkt met Safari dus zijn twee voornaamste doelen te hebben bereikt: een snelle en feature-rijke webbrowser ontwikkelen die oogt en werk volgens hoogstaande Mac-standaarden, en een geavanceerde render technologie promoten die krachtig weerstand kan bieden tegen de dominante positie van Internet Explorer.

Waarom Safari voor Windows?

Tijdens Apple’s ontwikkelaarsconferentie WWDC in juni 2007 kondigde het bedrijf aan dat Safari 3.0 ook beschikbaar zou komen voor het Windows-platform. Steve Jobs blies tijdens de presentatie hoog van de toren, en toonde taartgrafieken met marktaandelen van Internet Explorer en Firefox, en hoe Apple zich hier een grotere positie in wilde verwerven.

De timing van de Windows-release verraadt echter andere belangen van het bedrijf. Safari werd namelijk in dezelfde maand gereleased als de eerste iPhone. Zoals bekend beschikte de iPhone in zijn eerste levensjaar nog niet over de App Store, en verwees Apple ontwikkelaars naar het web wanneer zij toepassingen wilde maken voor het toestel. In een tijd waarin er nog geen iPhone-emulatoren beschikbaar waren voor ontwikkelaars om hun vorderingen op te testen, was het problematisch om een goed beeld te krijgen van de uiteindelijke resultaten op de iPhone, zonder het apparaat er telkens bij te hoeven pakken.

Met het beschikbaar stellen van Safari voor Windows, en daarmee van een browser met een identieke render engine als in de iPhone, werden deze twee werelden plotseling nauwer met elkaar verbonden. Browser-apps voor de iPhone konden nu onmiddelijk op de PC worden getest, en waar nodig aangepast.

Los van de voor de hand liggende iPhone-link bleven Apple’s motivaties om een weerwoord te hebben tegen Internet Explorer overeind: een valide browser die werkt volgens strikte specificaties zou web ontwikkelaars in het algemeen stimuleren zich beter aan webstandaarden te houden, en daarmee de afhankelijkheid van Internet Explorer en Windows voor webdiensten doen afnemen.

Het is opmerkelijk om te zien dat Apple zich op geen enkele manier heeft ingespannen om na de introductie van Safari voor Windows de browser onder deze nieuwe doelgroep te promoten. Veel mensen zijn zich tot op de dag van vandaag niet bewust van het bestaan van Safari voor Windows. Ik denk dat dit vooral te maken heeft met de opstap naar de “echte” developer tools voor iPhone-ontwikkelaars en het App Store model, iets waaraan Apple na luid publiek verzoek gehoorgaf tijdens de aankondiging in maart 2008. Mogelijk speelde ook de aankondiging van Google Chrome later in datzelfde jaar een rol. Immers: Chrome is ook gebaseerd op een soortgelijke (maar niet identieke!) WebKit engine, waarop applicaties voor Safari en iPhone prima kunnen worden getest, en waaraan de WebKit propaganda-fakkel waardig kon worden overgedragen.

Waarom Chrome?

De strategie van Google laat zich het beste omschrijven als “het web wordt de computer”. Het bedrijf dat ooit uitsluitend bekend was om zijn zoekdiensten, heeft zich inmiddels geprofileerd als een omvangrijk aanbieder van Internet-gebaseerde toepassingen. Denk aan video’s (YouTube), mail (Gmail), fotobeheer (Picasa), kaarten (Maps, Earth en Streetview), instant messaging (Talk), 3D Imaging (Sketchup) en complete kantoortoepassingen (Docs).

Het businessmodel van Google is gebaseerd op het verkopen van advertenties bij deze diensten. Hoe meer men gebruik maakt van online diensten in plaats van de standaard applicaties op de computer, hoe meer advertenties er worden getoond. Google is er dus alles aan gelegen om deze transitie van desktop naar het web zo soepel mogelijk te laten verlopen. Gebruikers moeten tegen zo weinig mogelijk hordes en obstakels oplopen, geen browser compatibliteitsproblemen ondervinden, en een snelheid ervaren die de concurrentie met native apps serieus kan aangaan.

Hoe beter deze voorwaarden te garanderen, dan door zelf een browser te ontwikkelen? Immers, in dat geval heeft Google de hele gebruikerservaring compleet in de hand. Om die reden ontwikkelde het bedrijf Chrome, een browser die in eerste instantie alleen voor Windows, en sinds enkele maanden ook voor Linux en Mac beschikbaar is.

Chrome richt zich op de kernpunten die hierboven genoemd zijn, en die cruciaal zijn voor een desktop-class web ervaring. Zo draait de browser alle tabpagina’s (en dus alle openstaande applicaties) in een apart proces binnen het geheugen, zodat in theorie alleen het tabblad met een zich misdragende website crasht, en niet de hele browser. Dit zou immers kunnen leiden tot frustratie en een hogere drempel om volledig naar webapplicaties over te stappen. Vervolgens profileert Chrome zich met de snelheid waarmee het websites laadt. Ook dat is een belangrijke voorwaarde bij het prettig gebruik van web-gebaseerde programma’s.

Google heeft Chrome zelfs nog stapje verder ontwikkeld, en levert de browser ook in combinatie met een Linux besturingssysteem dat in principe als enige taak heeft de browser te laden. Dit Chrome OS wordt aangeboden aan fabrikanten van goedkope laptops en netbooks, als alternatief voor een prijzige licentie voor Windows.

Belangen van Google en Apple

Zowel de Chrome browser als het Chrome OS (en dit geldt tevens voor Google’s mobiele OS Android) worden gratis verspreid. Immers: Google heeft geen geldelijke belang bij het gebruik van de browser. Het enige doel is het faciliteren van een optimale gateway naar het Internet, waar het bedrijf een kabinet vol toepassingen voor haar klanten heeft klaarstaan.

Safari werd in eerste instantie ontwikkeld om Mac-gebruikers een webbrowser te kunnen bieden die voldoet aan Apple’s hoge kwaliteitseisen voor wat betreft gebruikerinterface en usability. Apple bracht vervolgens een Windows-afgeleide van de browser op te markt, met name om meer synergie te creëren tussen de browser op de iPhone en de PC, iets wat met name webontwikkelaars van pas komt. Ook Apple heeft geen groot financiëel belang bij het gebruik van Safari als browser.

Het is dus vreemd, en onjuist, om te veronderstellen dat Google en Apple zich op dit punt als water en vuur bevechten. Hoewel er ontegenzeggelijk een aantal terreinen zijn waarop beide bedrijven de afgelopen jaren tegengestelde wegen zijn gaan bewandelen, vormt de browser hier geen prioritair voorbeeld van. Sterker nog: beide bedrijven hebben belang bij de acceptatie van WebKit als belangrijke render technologie, omdat de producten van beide bedrijven (de browser in de iPhone, de webdiensten van Google) hier in grote mate van afhankelijk zijn.

Uiteraard zou het web in theorie op een bepaald moment een bedreiging kunnen vormen voor specifieke besturingssystemen, zoals Mac OS X, omdat de toepassingen immers onafhankelijk van het besturingssysteem in een browser kunnen worden gebruikt. Toch lijkt Microsoft hier meer te vrezen te hebben dan Apple. Veel Windows-gebruikers hebben nooit een overwogen keuze gemaakt voor dat besturingssysteem, het was simpelweg het systeem dat werd geleverd met de computer die ze kochten. Mac-gebruikers lijken overtuigender voor hun computer te kiezen, en zijn bereid een meerprijs te betalen voor een optimale gebruikerservaring. Hoewel er zich onder hen ook gebruikers van webapplicaties bevinden, lijkt de aanname dat ze massaal hun Mac zouden inwisselen voor een goedkope computer met uitsluitend webtoepassingen aanzienlijk kleiner.

Berichtgeving rond het Chrome-marktaandeel

De firma Net Applications meet aan de hand van een groot aantal populaire websites met welke computers, besturingssystemen en browsers gebruikers deze sites bezoeken. Van tijd tot tijd maken zij deze cijfers bekend, en vaak worden ze door zowel de technologie-journalistiek als de mainstream media opgepikt en verwerkt tot een artikel.

De cijfers van december 2009 zijn enkele dagen geleden bekend geworden. Het gebruik van de populairste browsers is op dit moment alsvolgt:

1. Internet Explorer (62,7%)
2. Firefox (24,6%)
3. Chrome (4,6%)
4. Safari (4,5%)
5. Opera (2,4%)

De cijfers van januari 2009 zagen er zo uit:

1. Internet Explorer (70%)
2. Firefox (22,1%)
3. Safari (3,6%)
4. Opera (2,2%)
5. Chrome (1,5%)

Meteen wordt duidelijk dat alle browsers met uitzondering van Internet Explorer aan marktaandeel hebben gewonnen. De groei van Chrome in het korte tijdsbestek is opzienbarend, maar nog opzienbarender is het verlies van Internet Explorer. Microsoft’s browser genoot nog maar enkele jaren geleden een marktaandeel dat rond de 90% schommelde, nu gebruikt nog minder dan tweederde van alle Internetters de browser.

Opmerkelijk is het dan om te zien dat door sommige journalisten uit bovenstaande feiten als belangrijkste nieuws wordt opgemerkt: Google Chrome passeert Safari. Ik begrijp dat het in deze tijden, waarin het Apple zonder uitzondering voor de wind gaat, fijn is om een sneer(tje) richting Apple te maken. Het trekt de aandacht, en zij in de dagelijkse omgeving van een Apple-fan zullen de kans zich niet laten ontglippen om hem of haar te wijzen op dit opmerkelijke feitje dat ze op nu.nl lazen (zo heb ik uit eigen ervaring mogen ondervinden 🙂 )

Nog los van het feit dat de betreffende journalist kennelijk niet de opmerkelijkste veradering uit de cijfers heeft weten te destilleren, wordt er ook een belang geimpliceerd dat, zoals hierboven uiteengezet, helemaal niet van toepassing is. Correcter is een bericht over hetzelfde nieuws met de kop Internet Explorer losing users as other browsers set share records, zoals Engadget ondermeer berichtte.

Het wachten is het moment waarop nu.nl ontdekt dat Apple bij lange na niet zo veel muizen verkoopt als Logitech, en dat de cijfers van de Airport basestations maar schril afsteken bij de router-verkopen van Cisco.

Windows 7 en het bouwen van het Chrome-merk

Google lijkt momenteel groot in te zetten op Chrome, iets wat zich ondermeer uit in een uitgebreide internationale reclamecampagne. Zo vinden we in Nederland in menig abri grote posters waarop verschillende situaties beschreven worden waarvoor we onze browser gebruiken. De poster eindigt met de kreet: “Een snelle, nieuwe browser. Voor iedereen”.

Google kiest niet voor niets dit moment om met de campagne voor Chrome te beginnen. Onder druk van de Europese Commissie heeft Microsoft in Windows 7 namelijk het zogenaamde browser ballot scherm geintroduceerd. Hierop moet een gebruiker bij het voor de eerste keer starten van Windows 7 een keuze maken voor de te installeren browser.

Over de volgorde van de geboden opties is heftig gediscussieerd. Microsoft hanteerde in eerste instantie een volgorde op naam van fabrikant (waarbij Apple dus voorop stond), maar heeft onder druk van Opera het systeem veranderd in een willekeurige volgorde, die verschilt per computer. De klacht van Opera lijkt gegrond, want, zo stellen zij, een gebruiker zal in veel gevallen kiezen voor wat hij herkent (Internet Explorer), of voor de eerste optie. De Chrome-campagne lijkt dus met name bedoeld te zijn voor het kweken van naamsbekendheid voor het merk, zodat Windows 7 gebruikers die op dit scherm aanbelanden eerder geneigd zijn om voor Chrome te kiezen.

In de campagne wordt overigens voorbij gegaan aan het feit dat veel mensen helemaal geen idee hebben wat een browser is, laat staan dat ze keuze hebben uit alternatieven. Iets wat mede duidelijk wordt uit deze hilarische video met straatinterviews in Rotterdam.

Welke browser?

Dan rest de vraag: Welke webbrowser moet ik gebruiken?

In veel gevallen zal dit een persoonlijke keuze zijn, gebaseerd op voorkeuren voor bijvoorbeeld snelheid, uiterlijk, gebruikersgemak, functionaliteit en uitbreidbaarheid. Voor de Mac zijn een groot aantal browsers beschikbaar, die elk op hun eigen vlak uitblinken.

Zo moet worden toegegeven dat Chrome inderderdaad heel erg snel is, en hierbij Safari op vlakken naar de kroon steekt. Firefox op zijn beurt beschikt over honderden plug-ins en uitbreidingen om de browserfunctionaliteit helemaal naar je eigen hand te kunnen zetten.

Mijn favoriet blijft echter Safari. Apple’s browser biedt een interface met het hoogste Mac-gehalte. Niet alleen zitten de knoppen en menu-opties op bekende plekken, de meeste functies werken ook op een manier zoals een Mac-gebruiker dat verwacht. Daarnaast heeft Safari een aantal unieke functies, waaronder de coverflow-weergave van je browsergeschiedenis, zodat het heel eenvoudig is om snel een eerder bezochte pagina terug te vinden. Of de webclip-functie, waarmee je een stukje uit een webpagina kunt knippen om deze als dynamisch elementje op je Dashboard te zetten. Of de schaalbare tekstinvoervelden, die je groter kunt maken zodat het makkelijker is om grote stukken tekst te typen in bijvoorbeeld je blog-editor. Bovendien biedt Safari de beste integratie met MobileMe voor het synchroniseren van je favorieten naar andere computers, of naar je iPhone.

Als alternatieve browser heb ik Firefox op mijn Mac geinstalleerd. In de zeldzame gevallen dat Safari met een bepaalde site niet overweg kan, wijk ik uit naar deze browser. Firefox is, in tegenstelling tot Chrome, gebaseerd op een andere render engine, dus de kans dat de resultaten in deze browser hetzelfde zijn is klein.

Met een toename van de populariteit van Chrome zijn Mac- en iPhone-gebruikers dus zeker ook gediend. Des te dominanter WebKit-browsers worden in de markt, des te relevanter wordt het voor webontwikkelaars om de compatibiliteit van hun sites met deze engine in de gaten te houden, en des te minder zullen zij geneigd zijn om specifiek voor Internet Explorer te ontwikkelen. En daarbij zijn wij Mac-gebruikers uiteindelijk allemaal gebaat.

Reageer op artikel:
Chrome en Safari – Oorsprong, belangen en berichtgeving
Sluiten