Jorg
Jorg Nieuws 11 september 2009

De Mac OS X Dock: Oorsprong, belangen en ontwerpmissers

Het meest kenmerkende en onderscheidende gebruikersinterface-element in Mac OS X is ongetwijfeld de Dock. Tegelijkertijd is de Dock al sinds zijn intrede in Mac OS X in 2001 een vurig onderwerp van debat tussen voor- en tegenstanders, en Apple heeft in de loop van de tijd de nodige veranderingen doorgevoerd. In dit artikel zetten we kort de geschiedenis van de Dock uiteen, geven we aan waarom de Dock voor Apple belangrijk was, welke gedachte er zat achter het ontwerp, en hoe de Dock zich verhoudt tot de nieuwe taakbalk in Windows7. Tenslotte volgt een persoonlijke visie op de in mijn ogen opmerkelijke keuze voor de locatie van de Dock op het beeldscherm.

Het concept van de Dock gaat alweer enige tijd terug in de (nog jonge) computergeschiedenis. Hoewel sommigen een gelijkenis zien met de in Windows95 geintroduceerde taakbalk, is de Dock in Mac OS X gebaseerd op een veel oudere, en veel meer gelijkenis vertonende voorloper. NeXTStep, het besturingssysteem van de NeXT-computer, pionierde namelijk het dock-concept in 1989 (hoewel er puristen zijn die zullen beweren dat de Acorn computers van enkele jaren eerder ook al over een soortgelijke functie beschikten). Zoals bekend werd NeXT opgericht door Steve Jobs na diens vertrek bij Apple, en werd het systeem later ingelijfd door Apple toen deze de firma NeXT (inclusief Steve Jobs) in 1996 overnam. Het geavanceerde, op UNIX gebaseerde, NeXTStep vormde de basis voor het latere Mac OS X. Hoewel vooral de interne elementen van NeXT een plaatsje vonden in het nieuwe Mac OS, in tegenstelling tot de gebruikersinterface-elementen, kreeg ook de Dock een plek in het systeem.

Ontwerpfilosofie van de Dock

De gedachte achter de Mac OS X Dock is dat deze een aantal functies diende te verenigen die in andere besturingssystemen op afzonderlijke plekken konden worden gevonden. Zo is de Dock een launcher voor applicaties, kun je schakelen tussen openstaande applicaties, zijn de belangrijkste functies van een programma te activeren zonder naar het programma zelf te schakelen, en kunnen Dock-items dynamische statusinformatie weergeven. Vooral de eerste twee genoemde elementen vormden een breuk met de wijze waarop andere besturingssystemen deze taken uitvoerden (en waarop Windows dat tot aan Windows Vista deed). Het concept is namelijk gebaseerd op de gedachte dat een gebruiker niet hoeft te worden lastig gevallen met de vraag of een programma al actief is als hij het wil gebruiken. In de Dock kan een programma worden geselecteerd om het te openen, mocht het betreffende programma nog niet actief zijn dan wordt het gestart. Mac OS X beschikte over een dusdanig geavanceerd geheugenbeheer, dat de aanslag op de performance van de machine niet onoverkomelijk was wanneer programma’s geopend bleven terwijl ze niet werden gebruikt (al is ook hier in de loop van de jaren veel progressie geboekt).

Het concept van de Dock staat in schril contrast met de wijze waarop deze handelingen werden uitgevoerd in Microsoft Windows. Gebruikers kunnen schakelen tussen programma’s in de taakbalk, maar als het programma daar nog niet aanwezig is moet worden uitgeweken naar het Start Menu of de Snelstart-balk. Wanneer een programma wel al draait, zorgt een klik in het Start-menu voor het openen van een nieuwe sessie, en wordt niet naar de bestaande sessie gesprongen. Bovendien installeren de meeste Windows programma’s ook nog een icoon op het bureaublad. Er zijn dus (tenminste) 4 plekken in de userinterface waar programma’s kunnen worden geselecteerd, en de gebruiker moet dus zelf bepalen wanneer welke optie gekozen moet worden.

Taakbalk in Windows7 versus Snow Leopard

Dat dit zelfs volgens Microsoft-engineers niet logisch is blijkt uit het feit dat Windows7, 8 jaar na de intrede in Mac OS X, nu ook de beschikking krijgt over een dock die de bestaande taakbalk zal vervangen. Deze zal alleen de iconen tonen, programma’s kunnen er op worden “vastgepind” zodat ze ook blijven staan als het programma niet actief is, en is het onderscheid tussen het starten van en het schakelen tussen programma’s naar de achtergrond verdwenen.

De Windows7 taakbalk introduceert verder de “windows thumbnails”, waarbij er minatuurweergaven worden getoond van alle vensters van van de betreffende applicatie wanneer deze wordt aangewezen. Deze functie is vergelijkbaar met het nieuwe Dock Exposé in Snow Leopard, met het verschil dat de thumbnails in Windows7 voor niets anders kunnen worden gebruikt dan het weergeven en selecteren van het betreffende venster, en dat Dock Exposé ook gebruikt kan worden om een element naar een specifiek venster te slepen. Wanneer bijvoorbeeld een bestand moet worden gesleept naar een specifiek openstaand mailbericht, kan de gebruiker het bestand naar het Mail icoon in de Dock slepen, de muisknop indrukt houden tot alle vensters van Mail worden getoond, en vervolgens het bestand op het betreffende venster te laten vallen. Dat is in Windows7 niet mogelijk.

Marketingwaarde van de Mac OS X Dock

Het is interessant om te kijken waarom de Dock voor Apple heel belangrijk was bij de introductie van Mac OS X in 2001. Het antwoord moet worden gezocht in het gegeven dat de mooie grafische weergave van de Dock goed kon worden gebruikt bij de marketingactiviteiten van Apple. Met de fraaie 128-pixels brede en hoge iconen werden toen hoge ogen gegooid, zeker als men bedenkt dat iconen in Windows bestonden uit kleine 32-pixel plaatjes die sinds de jaren ’80 nauwelijks van uiterlijk waren veranderd. Bovendien konden de grafische kwaliteiten van Mac OS X en de onderliggende technologieën zoals Quartz goed worden gedemonstreerd door het automatisch vergroten van iconen wanneer er met de muis overheen werd bewogen, en was het minimaliseren en maximaliseren van vensters een gewild demonstratie-element (zo gewild zelfs, dat Apple-engineers bij wijze van easter egg de functie inbouwden waarmee de animaties vertraagd worden afgespeeld wanneer de Shift-knop ingedrukt wordt gehouden, iets wat nu nog steeds werkt).

Tot op de dag van vandaag blijft de Dock een belangrijk, visueel herkenbaar en onderscheidend element van Mac OS X. Een lege desktop met alleen de Dock zal voor velen direct als een Mac herkenbaar zijn, of men zal in elk geval snel opmerken dat we hier te maken hebben met iets anders dan Microsoft Windows. Het is dus onwaarschijnlijk dat de Dock, vanuit een visueel oogpunt, in de nabije toekomst heel radicale wijzigingen zal ondergaan.

Ontwerpmisser: De plaatsing van de Dock

Apple heeft ervoor gekozen om de Dock standaard te plaatsen aan de onderzijde van het scherm. De exacte reden voor deze keuze is niet bekend, maar vermoedelijk gaat hier een puur esthetische gedachte achter schuil. De Dock staat immers precies tegenover het enige andere gebruikersinterface-element dat altijd in beeld is: de menu-regel. Het feit dat de Dock altijd in het midden van het scherm staat, en naar beide zijden uitdijt wanneer er meer iconen in worden geplaatst, zorgt daardoor bovendien voor een prettig ogende symmetrie op het scherm.

Toch is de keuze voor de onderkant van het scherm op zijn zachtst gezegd curieus te noemen, en wel om één simpele reden: de meeste documenten op een beeldscherm zijn langer dan dat ze breed zijn. Hierdoor moet een gebruiker van boven naar beneden scrollen om de hele inhoud van het document te kunnen zien. Denk hierbij aan pagina’s in een tekstverwerker, je lijst met e-mails of een webpagina in een browser. Met de plaatsing van de Dock aan de onderkant van het scherm gaat dus kostbare ruimte verloren. Aan de zijkanten van het scherm is daarentegen vaak nog veel ongebruikte ruimte over, zeker wanneer we ons bedenken dat beeldschermen sinds een aantal jaren een breedbeeldverhouding hebben. Wanneer een venster is gemaximaliseerd, of naar de onderkant van het scherm wordt gesleept, overlapt deze de Dock waardoor gebruikers eerder onbedoeld Dock-items selecteren wanneer ze eigenlijk een interface-element aan de onderzijde van het documentvenster hadden willen aanklikken. Bovendien oogt deze overlap visueel onaantrekkelijk, het is alsof verschillende userinterface-elementen onbedoeld door elkaar zijn gehusseld.

Dock aan linkerzijkant van het scherm

De Dock gepositioneerd aan de zijkant van het scherm lijkt dus een logischer keuze, en daarom hadden de oorspronkelijke ontwerpers van NeXTStep deze keuze ook gemaakt. De dock van dit systeem was namelijk verticaal geplaatst aan de rechterkant van het scherm. Toch zou ik zelf willen pleiten voor de plaatsing aan de linkerkant. Dit heeft een eenvoudige reden: De Mac OS X Finder plaatst iconen standaard aan de rechterkant op het bureaublad. De kans op een onbedoelde selectie in de Dock wanneer een icoon werd bedoeld (of vice versa) is dan dus een stuk groter. Bovendien is er aan de rechterkant van de meeste vensters een belangrijk en veelgebruikt besturingselement aanwezig, de scrollbalk, terwijl deze aan de linkerkant ontbreekt.

Al met al lijkt de Dock gepositioneed aan de linkerkant van het scherm de meest logische keuze. Er wordt minder ruimte verspilt die gebruikt kan worden voor de weergave van een venster, de Dock zal niet snel overlappen met een venster, en de gebruiker zal minder snel onbedoeld een Dock-item selecteren. Gelukkig is dit een eenvoudige gebruikersoptie: rechtsklik op het “zebrapad”-streepje in de Dock en kies voor plaatsing aan de linkerkant. Alle functies van de Dock, inclusief het nieuwe Dock Exposé, blijven in deze positie bruikbaar.

Ik denk dat Apple, zeker met de intrede van de brede schermen, ook graag de standaardpositie van de Dock had willen veranderen, maar dat bovengenoemde marketingredenen ze ervan weerhoudt om dat ook daadwerkelijk te doen. De wijziging zou, ondanks het toegenomen gebruikersgemak, waarschijnlijk afbreuk doen aan de directe herkenbaarheid van het Mac-bureaublad in de winkel en op afbeeldingen.

Reageer op artikel:
De Mac OS X Dock: Oorsprong, belangen en ontwerpmissers
Sluiten