Jorg
Jorg Nieuws 11 augustus 2009

Apple Tablet: Een grote iPod of een kleine Mac?

In discussies over de mythische Apple tablet “die er nu écht snel gaat komen”, is er één vraag die regelmatig terugkeert en die de gemoederen flink bezig zal houden tot aan het moment dat Apple daadwerkelijk een product zal aankondigen: wordt het apparaat een uit de kluiten gewassen iPod touch, of wordt het toch een volwaardige Mac OS X computer? In hoeverre is een aanraakgevoelige tablet met een klein beeldscherm überhaupt te gebruiken voor Mac OS X, dat immers voor een heel andere categorie apparaten is ontwikkeld. En zou Mac OS X-compatibiliteit Apple niet heel erg beperken in de keuze voor de hardwarecomponenten, die dan immers gebaseerd zou moeten zijn op dezelfde Intel-architectuur als die in de Mac?

Wat veel mensen over het hoofd lijken te zien is dat de huidige stand van de techniek een hybride vorm tussen de wereld van de iPod en die van de Mac mogelijk maakt. Virtualisatie is daarbij het toverwoord. Laten we hieronder eens bekijken hoe deze technologie werkt, en waarom het niet alleen een prima aanvulling zou zijn op zowel Apple’s productaanbod, maar waarom het ook uitstekend zou passen in de strategie van het bedrijf.

De gedachte achter het iPhone interface-ontwerp

Toen Apple de iPhone ontwikkelde, deden ze iets wat achteraf volkomen logisch lijkt, maar wat op dat moment nog niet eerder door een concurrent was gedaan. Apple bedacht namelijk dat een mobiel communicatieapparaatje iets anders is dan een full-size desktopmachine, en dat zo’n apparaat dus op een andere manier bediend moet worden. Het kleine beeldschermpje is niet zo geschikt voor uitklapmenu’s, schaalbare vensters of scrollbalken. Bovendien zouden gebruikers onderweg andere prioriteiten stellen aan het gebruik van een toepassing dan gebruikers achter een computer.

Dat klinkt logisch, maar wie bijvoorbeeld een kijkje neemt bij de Windows Mobile toestellen die tot dat moment werden verkocht, ziet dat niet elk bedrijf die vertaalslag juist heeft kunnen maken. Bij Windows Mobile zijn alle metaforen van de desktop verwerkt in een klein apparaatje dat met een aanwijspen moet worden bediend, en waarbij de gebruiker met grote preciesie bijvoorbeeld de kleine scrollbalkjes moet aanwijzen en verschuiven om door een pagina te bladeren.

Apple veranderde de manier waarop mobiele telefoons worden gebruikt volledig, en ging uit van een model waarbij gebruikers direct de weergegeven elementen konden manipuleren, bijvoorbeeld door met een zwiep door lange lijsten te bladeren, of door foto’s aan de kant te duwen om de volgende foto te kunnen bekijken. Niet langer werd de tientallen jaren oude desktopmetafoor, die oorspronkelijk uitging van een muis waarmee redelijk nauwkeurig elementen op een beeldscherm konden worden aangewezen, als basis gezien voor de interface van een klein mobiel apparaatje. Hoe voor de hand liggend het is om over te stappen op deze Apple-redenatie blijkt wel uit het feit dat de interface schaamteloos door alle vooraanstaande concurrenten is gekopiëerd, en nu de standaard is op alle nieuwe smartphones.

Een nieuwe kijk op mobiele applicaties

Ook de toepassingen werden aan een kritisch oog onderworpen, en geoptimaliseerd voor de verwachtingen van mobiele gebruikers. Die hebben op hun mobiele telefoon namelijker vaak minder tijd (noch de behoefte) om handelingen uit te voeren. Vaak volstaat bijvoorbeeld het snel checken van nieuwe mail en het kort antwoorden hierop, en kan de interface van het mailprogramma dus van de nodige complexiteit worden ontdaan door alles wat overbodig is weg te laten, en de kernhandelingen des te intuïtiever te implementeren. Eenzelfde aanpak ondergingen nagenoeg alle iPhone applicaties, waaronder de Maps en de YouTube viewer, en vormde de nieuwe leer de basis voor de meeste iPhone-programma’s van developers die doorhadden hoe een goed iPhone-programma dient te werken.

Bij de vraag of een Apple tablet dus een grote iPod touch zal worden, of eerder een Mac “netbook”, is het dus interessant om te zien in hoeverre de desktopinterface van Mac OS X zich laat bedienen op een apparaat met een aanraakgevoelig beeldscherm dat aanzienlijk kleiner is dan dat van de kleinste MacBook. Het ligt voor de hand dat Apple er niet voor zal kiezen om de desktopinterface van Mac OS X één-op-één te implementeren als primaire bedieningsinterface. De kans is klein dat het apparaat met een pen bediend wordt, en Steve Job’s aversie van knoppen zal hoogstwaarschijnlijk tot gevolg hebben dat ook een toetsenbord zal ontbreken.

Processor-architectuur

Maar dan is er nog iets. Een tablet die geschikt is voor Mac OS X zal gebaseerd moeten zijn op de Intel x86 architectuur die we ook in de Mac terugvinden. Hoewel OS X voor verschillende processorarchitecturen geschikt kan worden gemaakt, zou alleen een Intel-chip ervoor kunnen zorgen dat bestaande OS X-programma’s ook daadwerkelijk kunnen worden gebruikt: de grote hoeveelheid Mac-software zou toch het uitgangspunt moeten zijn bij het maken van een Mac-compatible tablet.

De Intel-architectuur lijkt echter geen favoriet onder productenten van mobiele apparaten. Hoewel Intel zijn Atom-chipset zich primair op deze markt richt, lijkt het bedrijf de slag om deze markt te hebben verloren. Het is namelijk de ARM-architectuur die we in vrijwel alle mobiele apparaten terugvinden: van iPod tot iPhone, van mobiele telefoons tot Nintendo DS. ARM-processoren worden door diverse fabrikanten onder licentie geprocudeerd, en ook Apple lijkt zich voor wat betreft mobiele toepassingen op deze architectuur te hebben toegespitst.

Hoewel halfgeleiderfabrikant PA Semi, die Apple twee jaar geleden overnam, zich gespecialiseerd had in het maken van PowerPC-processoren, beschikken de oprichter van PA Semi en een groot deel van zijn team over de nodige ARM-kennis. Al was het maar omdat zij oorspronkelijk de ontwerpers waren van de StrongARM-chips, een van de populairste uitvoeringen van de ARM-processor die tot voor kort door DEC en Intel op de markt werd gebracht.

Compatibiliteit met de App Store

ARM-processoren zijn krachtig, zuinig en bovendien downwards compatible met de processor in de iPhone en iPod touch. Dat betekent dat het zonder al te veel moeite mogelijk zou moeten zijn om iPhone apps op de tablet te draaien. Hoe Apple het verschil in beeldschermresolutie gaat oplossen is op dit moment koffiedik kijken (worden de programma’s gewoon geupscaled naar de hogere resolutie, of kunnen er misschien meerdere apps tegelijkertijd op het scherm worden getoond?), maar de kans dat Apple de unieke propositie die het heeft bij de introductie van een nieuwe productcategorie (namelijk het kunnen draaien van de meer dan 70.000 apps die reeds beschikbaar zijn) langs zich heen laat gaan lijkt gering.

Voor de hand ligt dus dat de tablet standaard voorzien zal worden van speciaal voor het apparaat ontwikkelde programma’s, zoals een mailclient, een webbrowser en natuurlijk een mediaplayer, en dat het apparaat bestaande iPhone software kan draaien. Hoogstwaarschijnlijk worden ontwikkelaars in staat gesteld om speciale apps voor dit apparaat te ontwikkelen, die dan in een speciale sectie in de App Store worden aangeboden.

Mac OS X op de tablet?

Maar hoe zit het dan met de Mac-compatibiliteit? Kunnen we die met een op ARM gebaseerd apparaat wel vergeten? Dat hoeft niet per sé zo te zijn.

Virtualisatie is een technologie waarbij een besturingssysteem zich in een speciaal daarvoor ingerichte omgeving kan voordoen als een andere computer, waarop dan een seperaat besturingssysteem kan worden geinstalleerd. Op de Mac is deze technologie razend populair om bijvoorbeeld Windows direct naast het Mac OS te kunnen draaien, in programma’s als Parallels Desktop en VMWare Fusion. Het gevirtualiseerde OS draait in deze gevallen wel gewoon op dezelfde computer.

Het is natuurlijk ook mogelijk om het virtuele OS niet direct op de gastcomputer te draaien, maar op een ander apparaat, waarbij het beeldscherm en de invoerapparatuur van de gastcomputer worden gebruikt. Technisch gezien niet echt virtualisatie, maar in de praktijk is het identiek in gebruik. Het voordeel hiervan is dat de processor-architectuur (of zelfs andere hardwarecomponenten) van de gastcomputer niet geschikt hoeft te zijn voor het OS. De keuze voor de processor in zo’n tablet kan zich dus toespitsen op bijvoorbeeld energiezuinigheid of prijs, en niet op compatibiliteit. Zo kunnen productiekosten worden bespaard (goedkopere hardware), maar kan toch een OS X ervaring worden aangeboden.

Virtuele Mac-sessies op de tablet

Als we ons nu voorstellen dat Apple in de nieuwste uitvoering van Mac OS X (Snow Leaoprd, introductie september) een functie inbouwt die het mogelijk maakt om een tweede instantie of “sessie” van het OS te starten, en deze draadloos door te sturen naar een ander apparaat, dan zou op deze manier dus een op ARM-gebaseerde tablet de Mac OS X sessie kunnen weergeven.

Uiteraard kleven aan deze methode een aantal haken en ogen. Op de eerste plaats moet er een constante en betrouwbare netwerkverbinding zijn, dus Wi-Fi lijkt op zijn minst een vereiste. Vervolgens blijven de bezwaren bestaan dat de tablet over een andere invoermethodiek beschikt (vingergebaseerd aanraakscherm, geen toetsenbord). Het zou natuurlijk kunnen dat Apple op de als “server” dienstdoende Mac software installeert die bijvorbeeld alleen één enkel venster van een applicatie naar de tablet stuurt, wat de beeldschermvervuiling al een stuk zou reduceren. Voor het kunnen aanklikken van interface-elementen kan ik me voorstellen dat de tablet kortstondig “inzoomt” op het beeld wanneer de vinger op het scherm wordt geplaatst, zodat nauwkeuriger items kunnen worden geselecteerd. Op deze manier kunnen specifieke Mac-apps toch op de tablet worden gebruikt, en wordt voor alle kerntaken uiteraard de eigen, specifiek voor het aanraakscherm ontworpen software aangeboden.

Virtuele Mac binnen de Apple strategie

Maar past dit in de huidige Apple-strategie? Ik denk het wel. Het zou de tablet namelijk wederom deel laten uitmaken van een zich steeds wijder verbreide Apple eco-systeem. De “virtuele Mac”-functie wordt niet de belangrijkste eigenschap van het apparaat. Deze is is voorbehouden aan de ongetwijfeld prachtige nieuwe software om video’s te bekijken, boeken te lezen of het Web te raadplegen. Maar áls je niet alleen over de tablet beschikt, maar óók over een Mac, dan wordt er zeer aantrekkelijke nieuwe functie aan het apparaat toegevoegd.

Op termijn, met de komst van 4G-datanetwerken, zou je dit concept zelfs nog kunnen uitbreiden naar een software-as-a-service dienst, waarbij de Mac die je thuis moet hebben staan als “server” volledig buiten beschouwing kan blijven. Apple zou zelf Mac OS X-sessies kunnen gaan aanbieden, die dan gehost worden op het serverpark van Apple dat momenteel al verantwoordelijk is voor zaken als MobileMe en de iTunes Store. Je zou, afhankelijk van het bedrag dat maandelijks wil spenderen, meer of minder performance tot je beschikking kunnen krijgen. (Gedachtenkronkels over het feit dat deze virtuele Mac OS X-sessie niet eens persé op een Apple tablet, maar bijvoorbeeld ook op een PC met een ander besturingssysteem zou kunnen worden gebruikt, en dat Apple zich hiermee zou kunnen wapenen tegen de online strategieën van Google en Microsoft, bewaar ik voor een volgende keer.)

Reageer op artikel:
Apple Tablet: Een grote iPod of een kleine Mac?
Sluiten