Gerard du Prie
Gerard du Prie Nieuws 4 november 2007

Gerard zegt: overdaad schaadt

Gerard rekte zich uit, liet een krachtige, langgerekte wind en aanschouwde de binnenvallende dag. Het hield niet over, maar hij zou het er mee moeten doen. Langzaam trokken de laatste mistflarden weg en begonnen zijn gedachten zich te ordenen. Er was iets – maar wat?

Opeens hadden ze voor zijn deur gestaan: de olijke drieling van One More Thing. Gezonde Hollandse knapen, fris gewassen en met rode konen. Of ze even binnen mochten komen – ze hadden immers ‘wat te bespreken’. Gerard had zijn schouders opgehaald en wilde de deur achteloos sluiten, maar die met de camera had zijn voet al naar binnen geplaatst.

De keurige nieuwbouwflat waar Gerard na zijn Thaise debacle onder begeleiding in was geplaatst, was nog geheel in verduisterde staat. Hoewel de rechter om zijn verweer (‘in ontklede staat, Edelachtbare, waar zouden ze die ID-kaart moeten stoppen?’) nog wel had kunnen glimlachen, was zijn vonnis onverbiddelijk geweest: de verschillen in leeftijd waren ook naar lokale norm en wet onoverbrugbaar.

En nu, een goed half jaar later, stonden deze drie dan ineens voor zijn neus. Hij opende wat lamellen, knipte een paar peertjes aan, maar veel beter kon het er niet door worden. Die lange met dat donkere haar ademde zwaar en afkeurend door zijn neus. Ietwat ongemakkelijk stonden ze daar bij elkaar, tot de oudste het woord nam:

‘Zeg Gerard, je weet toch dat wij de boedel van MacNed hebben overgenomen? Ja, ja… Fusie – dat vertellen wij naar buiten ook, maar gelukkig weten onze lezers wel beter. Maar om een lang verhaal kort te maken: jouw naam komt voor op de inventarislijst. Kijk zelf maar: Du Prie, één stuk per maand. Lucas, Koen ik zouden graag willen weten waar het blijft…’

Allemachtig. Gerard kon zijn oren niet geloven. De vlegels… Net nu het wat beter ging. Geen TV meer in huis, geen DVD-speler, geen computer. Met de goede mensen van het RIAGG in de buurt en wat chemicaliën in pilvorm was er net een broos evenwicht gevonden. En nu dit…

Maar de papieren waren waterdicht – ook bij nadere bestudering was er geen ontkomen aan. Zo kwam het dat uw Gerard zich op een grijze koopzondag aan het begin van de elfde maand met de moed der wanhoop bijeenraapte, de zetpil nog eens ferm aandrukte en koers zette naar de lokale dealer.

De snotneus in het zwarte T-Shirt hing hem na drie minuten al mijlenver de keel uit. ‘Dan moet u een iMac nemen.’ Moet? Moet? Gerard moest verdorie helemaal niets! Hij had zijn vader kunnen zijn – en zo door zijn oogharen bekeken was het niet eens ondenkbaar dat dat ook daadwerkelijk zo was.

‘Dan moet u een iMac nemen.’ Dat protserige ding, met dat gigantische glanzende scherm? Die MacBook had ook al zo’n spiegel, daar hij zich eerder al eens lelijk op verkeken. Die grijze MacBook Pro dan? Die was toch leverbaar met keurig matglas? ‘Vier tot zes weken meneer – als het meezit tenminste.’

Dat ging niet werken. Hij moest vandaag zijn artikel insturen. Anders kende die met het donkere haar nog wel een motiverend mannetje, had hij gezegd. En ook die andere twee hadden hun liefdevolle blikken verruild voor een een langdurig en dreigend staren. Vier tot zes weken. Als het meezat. Nee – daar kwam hij niet mee weg.

‘Dan moet u een iMac nemen.’ Vooruit – dan moest het er maar van komen. Een kleintje dan. ‘U bedoelt dat dit de kleinste is? Ik durf het bijna niet te vragen…’ De verkoper ging hem voor naar een monstrueuze constructie van glas en aluminium waarvoor men een koddig klein toetsenbordje had gelegd.

‘Dit is ons meest verkochte model: de iMac 24″‘, sprak de jongen met nauw verholen trots en een lichte trilling in zijn stem. Nu was het exces Gerard nooit vreemd geweest, maar dit? Een halve vierkante meter glasplaat weerspiegelde hem en de verkoper, en de overige aanwezigen in de toch ruim bemeten winkel, en de winkelstraat die uitliep op het plein aan het einde waarvan Gerard nog juist een portomonnee gerold zag worden…

Plotseling viel met een doffe klap het twee-eurostuk. Deze wellustige overdaad, dit protserige mausoleum van een computer, deze superieure daad van eigengeilerij… Een warme waas zakte voor zijn ogen. Ineens werd het hem duidelijk… Die rondingen, die glans, die volslagen wansmaak. Het kon niet anders of dit monster was ontworpen met maar één persoon voor ogen.

Het vorderen der dagen was hem nog nooit zo zwaar gevallen als bij het worstelen met de enorme doos, waarin een zwerversgezin met drie kinderen een ruim onderkomen zou kunnen vinden. Maar nu stond hij dan op de keukentafel, nog tweemaal groter dan hij hem in de winkel had toegeschenen. ‘Is dat een iMac op de tafel of ben je gewoon blij om me te zien?’

Gerard drukte de powerknop in en hoorde de bronstige gong waarmee het apparaat zich tot leven riep. Even snel een Senseootje erbij. Toen hij terugkeerde met de warme mok in zijn hand, gleed hij bijkans uit van schrik: het hele scherm was overwoekerd met een kitscherige paarse gloed die hem op het eerste gezicht nog het meest aan het werk van Bob Ross deed denken.

Dat was waar ook: tijdens zijn afwezigheid had Apple het onmogelijke gepresteerd en een opvolger uitgebracht voor de sleetse tijger die sterk vermagerd en met kale staart veel te lang had rondgedoold in de woestenij van de besturingssystemen. ‘Met meer dan 300 nieuwe functies de meest indrukwekkende Mac OS X-versie tot nu toe.’

Indruk maakte het zeker, maar bepaald niet op de manier die het bedrijf voor ogen moet hebben gehad. Gerard had het vaker gezien, toen hij nog in de Pijp woonde en dagelijks bij Tante Nellie wat mannenbrandstof kwam tanken: op dameshoofden waarin Vader Tijd met noeste arbeid zijn vorderingen had gegroefd. Met kleurrijk schilderwerk en met glitters omhangen trachtten ze het voorschrijden der jaren wanhopig te ontkennen, terwijl ze met hun volle, door overmatig nicotinegebruik ingedaalde baritons het nieuws doornamen. ‘Weetjewelweetjeniet?’.

Eenzelfde gevoel besprong Gerard terwijl hij door de vensters klikte. De hoerige hoogglans die in het zachte lamplicht eerst nog voordelig leek uit te pakken, maar waarvan allengs duidelijk werd dat deze in het licht der dagen het craquelé niet kon verbergen. Overal die glimmers – het was om horendol van te worden…

In de zes maanden die Gerard in afzondering en duisternis had doorgebracht, was er een milde, schier ascetische rust in hem neergedaald. Een contemplatieve kalmte, die door de wilde kermis voor zijn ogen met één krachtige explosie werd verdreven door woest opvlammende gevoelens van pure, dierlijke lust. Het te lang gekooide beest in Gerard vocht zich ruw een weg naar buiten. Hij was terug!

Driest wierp hij zich op het feest van kleur en glans. Met trillende vingers klopte hij als een bezetene webadressen in… Ze waren er allemaal nog, zijn virtuele vriendinnen uit een ver verleden. En geen dag ouder bovendien: het cosmetisch strakgetrokken vel stond nog immer bol van de zegeningen van de chemische industrie.

Vol overgave nam Gerard ter hand wat des Gerards was en stortte zich met een dierlijke grom in het digitale bordeel met het Apple-logo.

Dat stukje voor die jongens? Dat kwam later wel.

Hij had tenslotte nog de hele dag.

Reageer op artikel:
Gerard zegt: overdaad schaadt
Sluiten